Met de fiets naar Parijs

HomeBestemmingenEuropaFrankrijkMet de fiets naar Parijs

Van Kontich naar Parijs: een impulsieve fietstrip van maar liefst 350 kilometer en 22 uren trapwerk, maar zonder platte banden en slechts één pijnlijke poep

We’ll always have Paris… Niet zomaar een filmquote, maar eentje die voor ons toch ook wat betekent. We kenden elkaar slechts drie weken, maar vertrokken zonder al te veel nadenken met z’n tweetjes op fietsavontuur. In één weekend wilden we vanuit het kleine Kontich het grote Parijs bereiken met de (elektrische) benenwagen, een missie die we met succes volbrachten én waardoor ‘onze vonk’ helemaal oversloeg. We waren beiden zo blij een andere gek te hebben gevonden waarmee we dit soort avontuurlijke fantasieën konden waarmaken…

Dag 1: het Atomium, de nachtwinkel in Halle en onze aankomst in het donker

Vrijdagavond, 18.00 uur. Met volgestouwde fietszakken, een spons in onze broek en opgeladen batterijen vertrokken we uit mijn garage in Kontich richting de hoofdstad van de liefde. We hadden dit tripje slechts vier dagen eerder nogal impulsief beklonken en niet veel denkwerk in de route gestoken. Vol vertrouwen in Google Maps berekenden we de kortste fietsweg: 350 kilometer. Daarvan stond de eerste 80 kilometer op ons vrijdagavondprogramma.

Ik maak hier graag even tijd om eeuwige hulde te brengen aan de bedenkers van de fiets-o-strade, het fietsnetwerk dat ondertussen al 2700 kilometer Vlaamse grond bespant. De F1 tussen Antwerpen en Brussel loopt gewoon langs mijn voordeur en we konden die dan ook makkelijk volgen over Mechelen tot in Vilvoorde. Daar maakten we een kleine detour richting onze nationale trots: het Atomium.

Het was ongeveer 20.00 uur toen we bij het Atomium aankwamen en onze picknick bovenhaalden. Het werd meteen duidelijk dat we elkaar nog maar net kenden, want ik maakte hier een grove fout! Ik had twee soorten wraps bereid: eentje met paprika en eentje met komkommer. Oeps. Robin verteert geen paprika. En komkommer vindt hij de smerigste groente die er bestaat. Deze flater werd (toen nog – knipoog) toegedekt met de mantel der liefde en een half uurtje later zaten we alweer op de fiets.

Wij zijn Jasmine en Robin!
Als we je met onze blog inspireerden of konden helpen bij het plannen van je reis, kan je ons via deze weg steeds bedanken.
Bedankt! Sluiten

We reden een heel eind langs het kanaal Brussel-Charleroi, wat ook weer best aangenaam was. Tot hiertoe geen klachten over de route! Misschien wel een beetje aan de schepper, want het begon stilaan donker te worden… Het was best spannend om langs het onverlichte kanaal te fietsen en we werden af en toe verrast door putten en plassen. Opgelucht en met een dorstje reden we het centrum van Halle binnen. We kochten wat bier in de nachtwinkel, dat we op de stoep opdronken, want tijd om echt op de lappen te gaan, was er niet.

Pas om 23.15 uur arriveerden we op Camping La Dîme in het Waalse Écaussinnes. De uitbater had ons meer dan een uur eerder verwacht, maar heette ons toch hartelijk welkom. We betaalden slechts twaalf euro voor dit nachtje en kregen in ruil voor nog eens drie euro jetonnetjes voor een warme douche. In de tent laadden we onszelf én onze batterijen op, want we beseften ondertussen wel dat we het nog zwaar zouden krijgen de volgende dagen…

placeswithoutdoors.com

Kontich – écaussinnes

Afstand 79.3km
Duur 4u30min
Hoogtemeters 284m
Moeilijkheid ★★★★★

Dag 2: veel hoogtemeters, de grens over en een verdiende plons

Na een kort ontbijtje en het inpakken van de tent aan kruissnelheid zaten we om half negen alweer op onze stalen rossen. We reden eerst langs kleine dorpjes, wat gezellig was, maar ook wel zwaar, want het ging serieus op en af. En dat zou eigenlijk de hele dag zo blijven!

Gelukkig was er onderweg meer dan voldoende te zien. We kwamen bijvoorbeeld langs de scheepslift van Strépy-Thieu, waarmee men boten 73 meter omhoog kan heffen. Ik had er nog nooit over gehoord, maar het wordt blijkbaar als kunstwerk beschouwd en kreeg zelfs de werelderfgoedtitel van Unesco. Weer wat bijgeleerd.

We passeerden net langs het centrum van Bergen en nog voor de middag was het zover: we reden de Franse grens over! Joehoe! Fotoshoot!

Net in Frankrijk volgden we een hele lange, rechte baan door een natuurgebied en het Bos van Mormal. Links en rechts zagen we dus veel groen, maar de baan zelf was net een racecircuit! We probeerden ons goed zichtbaar te maken met onze fluovesten en reden meestal achter elkaar, want safety first enzo.

Rond 13.30 uur kwamen we dan ook veilig en wel aan in Le Cateau-Cambrésis. Voor de cultuurliefhebber: dat is de geboortestad van schilder Henri Matisse. We klopten aan bij Restaurant du Musée Matisse op het stadsplein, kregen er een tafeltje op het terras en mochten onze elektrische fietsen opladen. Het was heel leuk om ons verhaal aan de eigenaars en de andere restaurantgangers te vertellen, want die waren toch wel onder de indruk over het feit dat wij helemaal uit Antwerpen kwamen. Apetrots als een soort celebs zaten wij meer dan twee uur op het terras, waardoor onze batterijen weer voor 60% gevuld raakten. Genoeg om de tweede etappe van de dag aan te vatten.

We reden nog een kleine vijftig kilometer en stopten enkel even in de Aldi omwille van een suikerdip. We waren een beetje gehaast, want op de volgende camping was een zwembad en we dachten dat we maar tot 19.00 uur konden zwemmen. Dat was loos alarm! We mochten op ons gemak heerlijk relaxen op Camping du Vivier aux Carpes in Seraucourt-le-Grand. We hadden het zwembad voor onszelf en konden na een verdiende plons dineren in het restaurant van de uitbaters. Topavond! Het enige minpuntje was dat ik na 210 kilometer al niet meer zo goed op mijn billen kon zitten…

placeswithoutdoors.com

écaussinnes – Seraucourt-le-grand

Afstand 129km
Duur 6u30min
Hoogtemeters 774m
Moeilijkheid ★★★★★

Dag 3: RIP mijn poep, maar ow yeah, daar is de Eiffeltoren!

De laatste, maar wel de langste dag. Maar liefst 140 kilometer scheidden ons nog van de Champs-Élyssée, de Moulin Rouge en de Seine. We bonden al ons gerief weer op de bagagedrager en on y va! We hadden al reuzeveel geluk gehad met het weer, maar op deze zondag zaten we toch plots in een hevige regenbui. En blijkbaar komt een ongeluk echt nooit alleen, want tijdens die stortbui vloog er een gigantische wesp in de kap van mijn regenjas en die stak mij zo hard dat ik wel kon janken. Ik zweer dat het echt een superwesp was. Minstens een hoornaar ofzo!

Gelukkig passeerden we kort na deze aanval van de natuur door Compiègne. Als historica van opleiding werd mijn hart daar helemaal warm van. Wie net als ik een geschiedeniskneutje is, weet namelijk dat hier op 11 november 1918 de wapenstilstand in een trein werd ondertekend. Wauw!

Pas na 87 kilometer maakten we tijd voor de lunch. Die nuttigden we in een heel leuk vegetarisch restaurantje, Folies Potagères in Senlis. Opnieuw mochten wij na het vertellen van onze belevenissen de fietsbatterijen opladen. De zon scheen ondertussen terug en dus konden wij onze natte kleren ten droge leggen. Ik weet niet meer wat er op het menu stond, maar wel dat het lekker was en dat we er een biologisch biertje bij dronken. En dat we ons gesterkt voelden voor de laatste rit!

Raad eens op hoeveel kilometer van Parijs wij de Eiffeltoren konden zien?! Fout! Het juiste antwoord is 37 kilometer. We konden het zelf niet zo goed geloven, maar we hadden nu ons doel in het vizier. In tegenstelling tot wat je zou denken, bleek dat na een tijdje toch niet heel bevorderlijk voor het moreel. We hadden echt het gevoel dat we er bijna waren, maar waarom voelde het dan toch nog zo lang? Stilaan kwamen we in de voorsteden van Parijs, waardoor het moeilijker fietsen werd. We moesten regelmatig tramsporen oversteken, het fietspad werd vaak onderbroken, er was veel verkeer, …

En mijn poep!!! Ik kon eigenlijk niet meer op mijn zadel zitten en besloot om alleen nog maar rechtopstaand te fietsen. Handig was dat niet, maar probeer maar eens lekker chill te blijven zitten als je over kasseien moet met open wonden op je billen! Ja, lach maar. Ergens in die laatste kilometers moesten we ook nog afscheid nemen van mijn kettingkast, dus echt gezellig was het niet meer. Het is maar goed dat we elkaar nog niet zo lang kenden en ik me dus toch een beetje inhield wat vloeken betreft…

Maar dan! Om 16.20 uur op zondagnamiddag, na 350 kilometer en 22 uur trappen, was hij daar! De legendarische Arc de Triomphe! Oh. Mijn. God. Een wonder! En nog een klein beetje verder: hét symbool van Frankrijk, de Eiffeltoren! Jongens, ik kan niet uitdrukken hoe tevreden wij waren! Helemaal high van de adrenaline! WE DID IT!! LIFE IS GOOD!!

placeswithoutdoors.com

Seraucourt-le-Grand – Parijs

Afstand 140km
Duur 7u30min
Hoogtemeters 783m
Moeilijkheid ★★★★★

Dag 4 en 5: sightseeing in Parijs en de terugweg

We zijn nog twee dagen in Parijs gebleven en sliepen in Hotel Galileo Champs Elysées, een heel centrale locatie vanwaar we makkelijk de stad – per fiets – konden verkennen.

De terugrit deden we per trein. Zo gek om terug te fietsen waren we nu ook weer niet. Helaas was het niet mogelijk om de Thalys te nemen. Je mag op zo’n hogesnelheidstrein wel een fiets meenemen, maar dan moet je die demonteren. Met onze elektrische fietsen was dat dus geen optie. Daarom namen we een gewone trein naar Maubeuge, de laatste grote stad voor de grens. Die rit koste ons 35,5 euro per persoon en de fiets mochten we gratis meenemen.

Vanuit Maubeuge moesten we toch even weer de fiets op! We hebben twintig kilometer gefietst tot aan het station van Bergen. Daar namen we voor 14,40 euro een trein naar Kontich. In België betaal je wel een fietssupplement van vier euro per fiets.

En zo kwamen wij op dinsdagavond heel moe, maar voldaan én verliefd weer thuis. Home sweet home!

Gepubliceerd op 

reacties

  1. ASSOS Chamois Crème (preventief) en ASSOS Skin Repair Gel (als het kwaad geschied is) voor de poep, aanrader 😉

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Sluiten
X SLUITEN